Oosterscheldekering-blog-movares

‘Kader zorgplicht primaire keringen’ levert onverwacht veel spin-off op

‘Kader zorgplicht primaire keringen’ levert onverwacht veel spin-off op

Op 1 januari 2015 is het een jaar geleden dat de rol van toezichthouder voor de primaire waterkeringen overgedragen is van de provincie naar het Rijk. In de praktijk is het de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) die namens het Rijk deze functie uitoefent. De beheerders -bestaande uit de waterschappen en Rijkswaterstaat –  hebben de wettelijke taak om de primaire kering aan de veiligheidseisen te laten voldoen. Zij hebben zogenoemde ‘zorgplicht’ voor het noodzakelijke preventieve beheer en onderhoud en de calamiteitenzorg.

 

Het Ministerie van IenM heeft samen met de beheerders het ‘kader zorgplicht primaire keringen’ opgesteld waarin heel overzichtelijk de taken en verantwoordelijkheden van beheerders staan verwoord die onder de zorgplicht vallen. Dit zijn geen nieuwe taken, maar taken waarvoor beheerders zich al eeuwenlang verantwoordelijk voelen. Het heeft het karakter van een doelvoorschrift, wat betekent dat beheerders zelf verantwoordelijk zijn voor de inrichting en de uitvoering van haar zorgtaken.

 

Niets nieuws onder de zon, zou je misschien denken. Beheerders doen dit werk al sinds er dijken liggen, en zij doen hun werk goed. Toch vonden het afgelopen jaar onverwachte, maar belangrijke veranderingen plaats als spin-off van het kader zorgplicht. Beheerders zijn zich meer dan voorheen bewust dat ze moeten kunnen aantonen dat zij hun werk goed doen; het kader geeft hen hier handvatten voor; een winstpunt! Door het samen formuleren van het kader en dus met elkaar in gesprek te gaan, zijn beheerders  zichzelf gaan spiegelen en zijn zich meer bewust van hun (gezamenlijke) verantwoordelijkheden. Deze proactieve houding maakt dat er ook meer toenadering tussen het management en ‘de werkvloer’ is gekomen. En zo zijn er meer winstpunten. Hoewel iedere beheerder zelf invulling kan geven aan zijn zorgtaak is men ook benieuwd hoe de ‘buurman’ dit doet. Meer en meer worden onderling ervaringen uitgewisseld. Dit wordt ook gestimuleerd en gefaciliteerd door de STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer) en de Unie van Waterschappen door het organiseren van bijeenkomsten over de zorgplicht die druk worden bezocht door beheerders. Je ziet bovendien dat de behoefte aan samenwerking toeneemt. Deze onderlinge samenwerking leidt tot een inhoudelijke kwaliteitssprong en tot een efficiencyslag.

 

Ik had vooraf niet kunnen bedenken dat het samenstellen van een helder, overzichtelijk kader voor de zorgplicht voor primaire keringen zoveel spin-off zou opleveren. Het mooiste is toch wel dat de beheerders trots zijn op hun werk en hun keringen. Op het moment dat zij worden aangesproken op hun werk – en dat worden ze nu actiever dan in het verleden doordat het waterveiligheidssysteem gaat veranderen– merk ik dat beheerders de zorgplicht niet ervaren als een ‘plicht’, maar echt ‘zorg willen dragen’.

0 Reacties

Geef je reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>